Middelengebruik

Cliënten met een licht verstandelijke beperking (LVB) die middelen gebruiken komen relatief vaak in de problemen door hun gebruik. Hoewel exacte cijfers over de omvang van problematisch alcohol- en drugsgebruik door mensen met LVB ontbreken, kan op basis van praktijkverkenningen worden gesteld dat een substantiële groep LVB-cliënten problemen heeft als gevolg van (overmatig) alcohol- en/ of drugsgebruik, of tot een hoog-risicogroep behoort. Het is dus belangrijk om adequaat te anticiperen op risicovol middelgebruik, vroegtijdig te signaleren en hierin de cliënt te begeleiden en indien nodig te verwijzen.

Kennis en vaardigheden nodig

Niet alleen de gehandicaptenzorg komt in aanraking met mensen met een LVB. Ook instellingen voor verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg en justitiële instellingen hebben LVB-cliënten, zij het dat deze cliënten lang niet altijd als zodanig worden herkend. Om LVB-cliënten met (problematisch) middelengebruik goede zorg te kunnen bieden, is kennis nodig van de kenmerken en impact van een LVB en van alcohol, drugs en verslaving. De praktijk wijst uit dat één zorginstelling vaak niet over deze beide vormen van kennis beschikt. Dat betekent dat nauwe samenwerking tussen instellingen van belang is en dat deskundigheidsbevordering nodig is op het gebied van LVB en middelengebruik en verslaving. Het identificeren van cliënten met een LVB en het aanpassen van het aanbod voor preventie en behandeling op deze doelgroep is essentieel voor een effectieve aanpak van (problematisch) middelengebruik. Tijdige signalering en goede begeleiding dragen hier ook aan bij.

Beschikbare methoden en materialen

De afgelopen jaren zijn er in toenemende mate methoden en materialen beschikbaar gekomen specifiek gericht op mensen met een LVB en (problematisch) middelengebruik. Initiatieven daartoe zijn genomen door instellingen uit de gehandicaptenzorg, verslavingszorg en Hogescholen of landelijke kenniscentra, vaak in samenwerking met elkaar.

Bron: Toolkit LVB en verslaving van het Trimbos Instituut

Adviezen voor interventies

Begeleiders in de zorg voor mensen met een LVB worden geconfronteerd met vragen rond (problematisch) gebruik van alcohol, nicotine en drugs. Medewerkers kunnen op dit gebied handelingsverlegenheid ervaren. Hierdoor bestaat het gevaar dat zij handelen vanuit eigen opvattingen en ideeën of juist het gesprek met de cliënt over dit onderwerp uit de weg gaan. Ook vanwege de risico’s van middelengebruik en verslaving hebben begeleiders behoefte aan kaders en richtlijnen, kennis en vaardigheden voor de ondersteuning van hun cliënten op dit gebied. We doelen hierbij op gezondheidsrisico’s, maar ook op zaken als verlies van initiatief, van dagbesteding, financiële problemen e.d.

Er zijn interventies beschreven die een begeleider kan inzetten, bovenal is het belangrijk om beleid te hebben waarin beschreven staat hoe er wordt omgegaan met middelengebruik. Hieronder enkele interventies:

  • Individuele voorlichting: Wanneer uit de functieanalyse blijkt dat het (problematisch)gebruik o.a. te maken heeft met een gebrek aan kennis, kan ingezet worden op het nadrukkelijker informeren van de cliënt over – de risico’s van – gebruik. De persoonlijk begeleider kan de aandachtsfunctionaris ter plekke om advies, ondersteuning en materialen vragen.
  • Dagbesteding inzetten: Overdag zinvol bezig zijn blijkt een afname van het gebruik tot gevolg te hebben. Het stimuleren en (opnieuw) starten van werk, scholing, vrijetijdsactiviteiten of dagbesteding is een effectieve (indirecte) interventie om (problematisch) gebruik te beperken.
  • Adviesgesprek: De cliënt kan een adviesgesprek met een medewerker van Jellinek aangeboden krijgen. Naar behoefte van de cliënt is de persoonlijk begeleider hier al dan niet bij aanwezig. Zo mogelijk worden vervolgafspraken gemaakt.
  • Behandeling: De cliënt kan zich aanmelden voor behandeling. De persoonlijk begeleider ondersteunt de cliënt zonodig bij het maken van afspraken met de behandelaar, ziet toe op het naleven van de afspraken, vergezelt de cliënt in principe bij bezoeken aan de behandelaar en ondersteunt de cliënt bij de ‘huiswerk’ opdrachten.
  • Inzet van ervaringsdeskundigen: Cliënten (of anderen) die hun gebruik of verslaving achter zich gelaten hebben, kunnen met hun ervaringen cliënten stimuleren tot stoppen of minderen. Dit kan bv. door ze in te zetten als buddy en in workshops voor en door cliënten te organiseren.
  • Warme overdracht: We zien dat bij verhuizing van een cliënt, het van groot belang is dat het beleid en de afspraken omtrent middelen ‘meeverhuizen’. De persoonlijk begeleider moet bij een (tijdelijke) verhuizing van de cliënt dus al van te voren beoordelen hoe het beleid rond middelengebruik kan worden voortgezet. Middelengebruik is daarom altijd onderwerp van gesprek in de warme overdracht.

Bron: Cordaan beleidsnota juni 2015; Hans Willemsen en Tamara Streng

Zorgorganisatie Cordaan heeft er o.a. voor gekozen, zo’n jaar of 5 geleden, om te starten met het werken met aandachtsfunctionarissen per locatie/ team rond dit thema. Tevens is er een nauwe samenwerking met de afdeling Preventie en Behandeling van Jellinek. Mocht je hier informatie over willen, neem dan contact op met Tamara Streng van Cordaan via 06-22250557.

Andere mogelijkheden zijn:

  • Voorlichtingswebsite “Bekijk het nuchter”
  • Locatie-beleidsadvisering en ondersteuning mogelijk vanuit Jellinek Preventie
  • Regelmatig deskundigheidsbevordering en oefenen met en toepassen van materialen en vaardigheden